Oude wereld versus Nieuwe wereld wijn

Terroir versus techniek. Traditie versus innovatie. De strijd tussen Oude en Nieuwe Wereld wijnen gaat niet om wie wint, het gaat om weten wat er in je glas zit. Wij leggen het uit aan de hand van een aantal wijngebieden.

Een reis door de wijnstijlen van Frankrijk, Portugal, Italië en Chili

Wie een goede fles wijn openmaakt, opent eigenlijk ook een stukje geschiedenis, terroir en filosofie. Nergens wordt dat zo duidelijk als in het onderscheid tussen Oude wereld en Nieuwe wereld wijnen. Het is niet per definitie een kwaliteitsverschil, maar wel een verschil in aanpak, traditie en smaakbeleving. In deze blog nemen we je mee langs een aantal iconische streken van de Oude wereld: de Rhône, Bourgogne, Provence en de Elzas in Frankrijk, de Douro in Portugal en Toscane in Italië. Daartegenover zetten we de Valle de Colchagua in Chili, een schoolvoorbeeld van de Nieuwe wereld.

Wat betekent “Oude wereld” en “Nieuwe wereld” eigenlijk?

De term “Oude wereld” verwijst naar de traditionele wijnlanden van Europa en het Midden-Oosten, waar de wijnbouw al duizenden jaren wordt beoefend. Denk aan Frankrijk, Italië, Spanje, Portugal, Duitsland en Griekenland. Hier is wijnbouw een en al geschiedenis, beschermde regelgeving (denk aan AOC, DOC of DOP-classificaties) en een sterke nadruk op terroir: de gedachte dat bodem, klimaat en ligging de wijn vormgeven, meer nog dan de druivensoort zelf.

De “Nieuwe wereld” omvat landen waar wijnbouw pas de laatste paar eeuwen, en vaak pas echt op grote schaal in de twintigste eeuw, is ontstaan: de Verenigde Staten, Australië, Nieuw-Zeeland, Zuid-Afrika, Argentinië en Chili. Hier ligt de nadruk meer op de druif zelf, op innovatie, technologie en een stijl die toegankelijker en fruitiger is voor een breed publiek.

Het verschil zit dus niet in beter of slechter, maar in filosofie: traditie en terroir versus techniek en druif.

Rhône: kracht en kruidigheid

De Rhônevallei splitst zich in een noordelijk en zuidelijk deel, met elk hun eigen karakter. In de Noordelijke Rhône domineert de Syrah, die hier peperige en donkere wijnen oplevert zoals Saint-Jospeh en Hermitage. In het zuiden, rond Châteauneuf-du-Pape, wordt vaker gewerkt met blends van wel dertien toegestane druivensoorten, met Grenache, Syrah en Mourvèdre als meest voorkomende. Het resultaat is warm, kruidig en vol.

Bourgogne: verfijning in twee druiven

Waar de Rhône blends omarmt, draait Bourgogne juist om puurheid en klassieke stijl. Hier heerst de Pinot Noir voor rode wijnen en de Chardonnay voor witte wijnen. Wat Bourgogne zo bijzonder maakt, is de extreme versnippering van percelen: twee wijngaarden die naast elkaar liggen, gescheiden door een klein muurtje of pad, kunnen compleet andere wijnen opleveren. Een wijngaard op een kalkrijke bodem geeft over het algemeen een wat frissere wijn met levendige zuren. Een kalkarme grond met meer klei geeft een wat vollere en romige wijn. Dit is het terroir-principe in zijn puurste vorm, vastgelegd in een gedetailleerd classificatiesysteem van Grand Cru tot regionale appellaties.

Provence: de bakermat van de rosé

De Provence geniet wereldwijde faam om zijn droge, lichtroze rosés, gemaakt van druiven als Grenache, Cinsault en Syrah. Het mediterrane klimaat, met veel zon en de invloed van de Mistral*, zorgt voor goede kwaliteit druiven met als resultaat rood fruit in het glas. De Provence wijn bewijst dat de Oude wereld niet alleen zwaar en serieus hoeft te zijn.

*De Mistral is een sterke, koude, droge noordenwind die door de Rhônevallei naar de Provence en Zuid-Frankrijk waait, ontstaan door een drukverschil tussen koude lucht in het noorden en een lagedrukgebied boven de Middellandse Zee. In de wijnbouw houdt hij de wijngaarden droog en gezond (minder kans op schimmel), al kan hij jonge planten soms beschadigen door zijn kracht.

Elzas: aromatische witte wijnen met Duitse invloed

De Elzas ligt tegen de Duitse grens, en dat proef je: hier overheersen aromatische witte druiven als Riesling, Gewürztraminer en Pinot Gris. Door het beschutte klimaat, met de Vogezen als regenscherm, rijpen de druiven goed door, wat resulteert in wijnen die zowel droog als verrassend geconcentreerd en bloemig kunnen zijn.

Portugal: de Douro, thuisbasis van portwijn (en meer)

De Douro-vallei, met zijn steile terrasvormige wijngaarden langs de rivier de Douro, is wereldberoemd om portwijn. Maar de Douro is allang niet meer alleen synoniem met portwijn. De regio produceert ook steeds meer rode en witte wijnen van hoge kwaliteit, gemaakt met inheemse druivenrassen zoals Touriga Nacional en Touriga Franca, die een robuuste, kruidige en vaak verrassend elegante stijl hebben.

Italië: Toscane, waar Sangiovese koning is

Toscane is misschien wel Italië’s meest iconische wijnstreek, met glooiende heuvels, cipressen en middeleeuwse stadjes als decor. De hoofdrol is hier voor de Sangiovese-druif, die de basis vormt van beroemde wijnen als Chianti, Chianti Classico, Brunello di Montalcino en Vino Nobile di Montepulciano. Sangiovese staat bekend om zijn levendige zuren, kersen- en kruidige tonen en een structuur die zich uitstekend leent voor jarenlange rijping op fles.

Interessant is dat Toscane ook de bakermat is van de zogenaamde “Super Tuscan”: wijnen die buiten de traditionele regelgeving om worden gemaakt, vaak met internationale druiven als Cabernet Sauvignon en Merlot naast óf in plaats van Sangiovese. Dit laat zien dat zelfs binnen de Oude wereld ruimte is voor experiment en vernieuwing.

De Nieuwe wereld: Chili

En dan reizen we naar het zuidelijk halfrond, naar Chili, een land dat door zijn geïsoleerde ligging tussen de Andes en de Stille Oceaan zeer gunstige omstandigheden voor wijnbouw kent. De Valle de Colchagua, gelegen in de Central Valley, geldt als een van Chili’s meest prestigieuze wijnstreken en staat vooral bekend om krachtige, rijpe rode wijnen.

Cabernet Sauvignon en Carménère zijn in deze streek de sterren. Carménère is bijzonder: deze druif, ooit veelvuldig geplant in Bordeaux, verdween daar bijna volledig na de phylloxera-plaag in de negentiende eeuw, maar overleefde en floreerde in Chili. Het staat inmiddels bekend als Chili’s “signature grape”, met rijpe, fluweelzachte tannines en tonen van rood fruit, paprika en specerijen.

Door de overvloed aan zonlicht en een droog klimaat zorgt dit voor volledig rijpe druiven met veel fruit en zachte zuren. In de kelder wordt veelvuldig gebruikgemaakt van nieuw Frans of Amerikaans eikenhout, wat de wijnen een rokerige, vanille-achtige laag geeft.

Welke moet je proeven?

Het mooie is dat je niet hoeft te kiezen. Zet eens een Bourgogne Chardonnay naast een Douro Branco, of een Touriga Nacional naast een Chileense Carmenère, en je proeft in één avond het verschil tussen wijngebieden en wijnfilosofieën . De Oude wereld nodigt uit tot nadenken over terroir en geschiedenis; de Nieuwe wereld tot puur genieten van rijp fruit en innovatie. Beide hebben hun charme, en dat is precies wat wijn zo eindeloos interessant maakt.